Bestuursrecht

Het bestuursrecht regelt de verticale verhouding tussen burger en de overheid (bestuursorganen). Anders dan in het privaatrecht mag een bestuursorgaan alleen dan handelen, wanneer daarvoor een bevoegdheid in de wet bestaat.

Het bestuursrecht omvat een breed scala aan rechtsgebieden. Te denken valt bijvoorbeeld aan het omgevingsrecht, ruimtelijke ordeningsrecht, belastingrecht, verkeershandhaving (punitief bestuursrecht), het vreemdelingenrecht, bouwrecht en het sociale zekerheidsrecht.

Veelal zult u in contact komen met het bestuursrecht doordat u iets van het bestuursorgaan vraagt of doordat het bestuursorgaan op eigen initiatief een beslissing neemt. Bij de eerste categorie valt te denken aan de aanvraag van een uitkering, een verblijfsvergunning of een bouwvergunning. Bij de andere categorie kan het bijvoorbeeld zo zijn dat uw gemeente het bestemmingsplan wijzigt.

Wanneer een bestuursorgaan een voor de burger negatieve beslissing heeft genomen omtrent de aanvraag van de uitkering, de verblijfsvergunning of de bouwvergunning of zelfstandig een bestemmingplan heeft gewijzigd dat voor een burger nadelig uitpakt, dan kan deze burger in beginsel bezwaar gaan tegen deze beslissing.

De wet stelt een tweetal belangrijke eisen wanneer een burger in bezwaar wil gaan. Ten eerste dient de burger krachtens art. 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een belanghebbende te zijn. Dit betekent dat het belang van de burger door de beslissing van het bestuursorgaan rechtstreeks moet zijn betrokken. Daarnaast stelt art. 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat het bestuursorgaan een besluit moet hebben genomen: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een rechtshandeling is een handeling die een rechtsgevolg tot gevolg heeft. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer op de aanvraag van een uitkering door het bestuursorgaan een positief besluit wordt genomen. Er verandert iets in de aanspraken van deze burger. Een besluit voor een individueel specifiek geval wordt een beschikking genoemd (art. 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Onder een beschikking valt ook de afwijzing van een aanvraag.